Bij passiefhuizen decimeert het energiegebruik ten opzichte van een gemiddelde Nederlandse woning. Daarnaast is het een comfortabel, gezond en rendabel woonconcept. Dat zagen de achttien deelnemers uit de bouw- en corporatiewereld die op 27 mei in Frankfurt vier passiefhuisprojecten bezochten.

Gastheer is Folkmer Rasch, directeur van Faktor 10 is één van de grondleggers van Passiv Haus in Duitsland: “Het concept is een beetje is afgekeken van de natuur: een vogeltje heeft bij 20 graden Celsius een gewoon verenkleed. Wordt het koud, dan blaast hij zijn verenkleed op. Bij nog meer koude trekt hij ook snavel en poten in. Zo voorkomt hij ‘koudebruggen’ waarbij koude zijn lijfje kan binnendringen. Wat dan nog rest aan warmtevraag, kan zelfs een klein vogeltje opwekken. Het is het principe van de ‘trias energetica’, waarbij eerst onnodig energiegebruik door isolatie wordt teruggedrongen (´veren´), wat resteert wordt efficiënt duurzaam opgewekt of eventueel met gebruik van fossiele energie (´voedsel´).

‘Dik inpakken’

Hoe doe je dat bij een woning? Rasch: “We pakken eerst met een dik pak isolatie de gebouwschil (daken, muren en vloer) aan. Dat kan onder andere met polystyreen, steenwol, cellulose. Koudebruggen – de bouwkundige term voor plaatsen waar koude via een ´brug´ van goed geleidend materiaal (bijvoorbeeld staal) gebouwen binnendringt – worden voorkomen. En daarmee vocht- en schimmelproblemen die op deze plekken neerslaan.

Als tweede pakken we voor de ramen standaard drievoudig glas. Bij de plaatsing letten we extra op een goede luchtafdichting.

Bij zo’n pak isolatie is de warmtevraag erg laag. Zó laag dat zonnewarmte-instraling en warmte uit mensen en apparaten volstaat om deze op te vangen. Alleen maar dik inpakken zou echter snel tot een bedompt binnenmilieu leiden. Ventilatie is essentieel. Dat komt aan de orde in de derde stap met ‘balansventilatie’. Hierbij regelt een warmtewisselaar dat de warme, maar ‘vieze’ binnenlucht, de koude, verse buitenlucht voorverwarmt. Zo verdwijnt warmte niet met de ventilatielucht naar buiten. Wat aan warmtevraag rest bij koudepieken, wordt opgevangen door spaarzame naverwarming.

‘Ademende huizen’

Balansventilatie kreeg – onder andere door het Amersfoortse project ‘Vathorst’ – een slechte naam in Nederland. Aanwezige experts weten: “De vocht- en geluidsproblemen zijn daar ontstaan door verkeerde bezuinigingen in de laatste fase. Zo ontbraken te openen ramen (want er was toch geforceerde ventilatie), geluidsisolatie van de ventilatie-units, een goede inregeling en bewonersvoorlichting.“

Rasch maakt korte metten met het verhaal dat passiefhuizen ‘geplastificeerde woningen’ zijn die niet kunnen ‘ademen’: “Ademende huizen bestaan alleen in sprookjes. Maar in deze wereld helpt alleen ventilatie om ‘te ademen’. Als dat goed gebeurt en je andere passiefhuis-technieken goed toegepast, ontstaan warme, droge oppervlakken. En dus geen schimmels. Cruciaal daarvoor is een schilopbouw van buiten naar binnen in afnemende dampdoorlaatbaarheid. Dat zorgt voor een constant, aangenaam binnenklimaat.”

Vier passiefhuisprojecten

De deelnemers bezichtigen vier passiefhuisprojecten. Als eerste doet de bus het project ‘Wohnen bei St. Jakob’ aan. In dit in 2003 opgeleverde gebouw met negentien koopappartementen wordt een woning bezichtigd. De verwarming komt voornamelijk uit teruggewonnen warmte uit de woning. In tijden van warmte-overschot gaat dat naar een voorraadvat in de kelder. Daardoor loopt ook de warm tapwater aanvoerleiding. “Hunderdzehn” verstaan de bezoekers bij de vraag naar het energiegebruik. Het blijkt “Unter zehn” te zijn: minder dan 10 euro per maand voor verwarming en warmwater in een maisonnette van zo’n 110 vierkante meter. Ook het binnenmilieu is dik in orde verklaart de bewoner. Dat blijkt ook uit onderzoek onder alle bewoners. Na bekendmaking van de resultaten van dit eerste passiefhuisproject in Frankfurt, wilde de grootste woningcorporatie (50.000 woningen) nieuwbouw alleen nog maar volgens passiefhuismethode uitvoeren.

Het project ‘Sophienhof is met 150 woningen Duitsland’s grootste passiefhuisproject. Het in 2006 opgeleverde project met huur- en koopwoningen bestaat – net als andere passiefhuizen – grotendeels uit prefab-elementen. Dat geeft een kortere bouwtijd, die ruimte geeft aan noodzakelijke kwaliteitscontroles. Per saldo is dan de bouwtijd niet langer, meestal zelfs korter.

Het gebouw van het renovatieproject in de Tevesstraße verbruikt 84 procent minder energie dan vergelijkbare conventionele gebouwen. Na de renovatie is het jaarlijkse verbruik voor verwarming ongeveer 18 kWh per vierkante meter, een factor tien lager dan daarvoor. Opmerkelijk zijn de twee elektranetten: een gewone op 220 volt en een zwakstroomnet. Daarop kan je apparaten zonder voorschakeltransformatoren aansluiten, wat veel ‘stand-by’-verbruik bespaart.

Het laatste bezoek is een renovatieproject aan de Rotlintstraße. Het heeft de hoogste ambitie van de bezochte projecten: nul-emissie van CO2. Isolatie, duurzame energie en bewonersmaatregelen gaan wellicht zelfs voor een negatieve CO2-balans zorgen. Het doel is om elektriciteit aan het net te leveren. Rasch: “Het complex krijgt een ‘complete make-over’. Het wordt niet alleen energieneutraal, maar ook erg luxueus: met onder andere mooie badkamers.”

Ook hier weer de kenmerkende dikke isolatielaag rondom de hele schil. Daarnaast gaat een warmte-kracht-installatie het hele blok verwarmen. Deze draait op de energieneutrale biobrandstof koolzaadolie. Hij levert behalve warmte als restproduct stroom. Bovendien komen er voor warm tapwater zonnecollectoren met een opslagvat. Hoewel isolatie en installaties het meeste gaan bijdragen om de hoge ‘energielat’ te halen, speelt ook bewonersgedrag mee. Een energiepakket met onder andere spaarlampen en stand-by killers gaat bewoners helpen hun gebruik te verlagen. Daaraan draagt tevens techniek bij: met één centrale knop in de woonkamer kunnen alle lampen en apparaten uit.

‘Gründlich und punktlich’

In de ICE trein terug naar Amsterdam wordt volop nagepraat over de dag. Frans Horst van Eigen Haard is geïnspireerd: “Wij gaan elektra ook in leidinggoten langs de plint verwerken. En we gaan onder andere onderzoeken of warmteterugwinningunits voor warmwaterverwarming op trappenhuisniveau wat voor ons is.”

En de sleutel tot het Duitse PH-succes? Die lijkt volgens de deelnemers vooral te zitten in de consequente toepassing van de principes, kwaliteitshandhaving, veel gebruik van prefab en een strak bouwproces. ‘Gründlich und punktlich’ zouden de Duitsers zeggen.

Meer passiefhuis informatie:

Nederlands samenwerkingsverband passiefhuis: www.passiefhuis.nl

Het bureau van Folkmer Rasch: www.faktor10.com

Passivhaus Institut: www.passiv.de